Hoe wordt in
Gebruikt
wordt het interval systeem
|
van |
tot |
caramboles |
80% |
75% |
|
|
|
KNBB = 100% |
|
|
|
1,00 |
1,10 |
35 |
28 |
26 |
|
1,10 |
1,20 |
38 |
30 |
29 |
|
1,20 |
1,30 |
41 |
33 |
31 |
|
1,30 |
1,40 |
44 |
35 |
33 |
|
1,40 |
1,50 |
47 |
38 |
35 |
|
1,50 |
1,60 |
50 |
40 |
38 |
|
1,60 |
1,70 |
53 |
42 |
40 |
|
1,70 |
1,80 |
56 |
45 |
42 |
|
1,80 |
1,90 |
59 |
47 |
44 |
|
1,9 |
2,00 |
62 |
50 |
47 |
Van iedere
speler wordt een gemiddelde (moyenne, speelsterkte)
bepaald.
Dat kan
zijn een gemiddelde:
·
van
alle toernooien bij ons gespeeld;
·
uit
de teamcompetitie;
·
uit
de PK-wedstrijden;
·
van
z’n eigen biljartclub;
·
eigen
opgave.
Het aldus
bepaalde gemiddelde valt altijd binnen één
Bijvoorbeeld
iemand met 1,45 gemiddeld zit in de interval 1,40 tot
1,50. Zou dan bij
Vervolgens
wordt per dagdeel en soms per
Zo kan het
echter heel goed voorkomen dat een biljart met 5 of 6 sterke spelers (veel
caramboles, veel bedenktijd) een lager percentage krijgt dan een ander biljart
met minder spelers of zwakkere spelers. Dan kan dus
zomaar een 2 gemiddeld speler meer caramboles moet
maken dan een speler van 4 gemiddeld. De één speelt dan met bijv. 90%
partijlengte terwijl de ander, uiteraard op een ander biljart, dan met bijv.
60% speelt.
Per biljart
spelen alle spelers hetzelfde percentage caramboles.
Nou,
hopelijk is het zo een beetje duidelijker hoe wij aan die gekke
partijlengten komen.
Succes
verder.